Interview met Saskia De Coster

Saskia De Coster mocht twee maal het podium betreden op het Festival van Gelijkheid. Ze mocht er praten over haar recente roman Wij & Ik en mocht daarnaast debatteren over he feminisme. Tussendoor vond ze nog even de tijd om met te praten in het café van De Vooruit.

 Binnen de literaire wereld merk je nog steeds dat vrouwelijke auteurs minder aandacht krijgen dan mannelijke. Hoe komt dit volgens jou?

 SDC: Ik denk dat het wel aan het veranderen is, maar dat is heel lang zo geweest. Nu is er  precies een generatie die weeskinderen zijn. Ze hebben geen literaire moeders. Claus en Boon worden wel eens aangehaald als literaire vaders, maar waar zijn de moeders dan? Die zijn er blijkbaar niet. Dat komt doordat de maatschappij vrouwelijke auteurs niet aanvaardde. Als vrouw mocht je wel in een huizenholleke zitten schrijven, maar publiceren was not done. Dat is al enorm veranderd, maar soms merk je gewoon naar de buitenwereld toe dat er van een vrouw die schrijft verondersteld wordt dat ze enorme mentale problemen heeft. Of uiteraard dat ze lesbisch is of op nog een andere manier gestoord. Terwijl bij de mannen dat precies een evidentere keuze is dan bij de vrouwen. Dat kantelt nu. Zeker als je internationaal kijkt zijn er nu fantastische schrijfsters die ook toonaangevende stemmen zijn.

Is het op heden nog altijd moeilijker om als vrouw te publiceren bij een literaire uitgeverij?

SDC: Volgens mij niet. Ik denk dat kwaliteit echt aan de basis opgemerkt wordt, los van het geslacht. Dat zijn goede en slechte teksten. Geslacht speelt daarbij niet echt zo’n rol, maar in de volgende fase wel. Bijvoorbeeld onlangs was er een organisatie die allerlei schrijvers uitgenodigde voor een programma dat al een hele tijd bestaat.  Samen met die auteurs werd een boek uitgebracht. Er waren best veel vrouwen die eraan meegedaan hebben, maar in de promotie schrijven ze dan acht mannennamen en één vrouwennaam. Dan denk ik, dat is wel stom en niet eens representatief. Waarom doet je dat dan? Zo hou je een ongelijkheid natuurlijk in stand.

Dat merk je dan ook bij de literaire prijzen. Die zijn doorheen de geschiedenis veel vaker uitgereikt aan mannen.

 SDC: Dat is ook zo. Zo nam het Fonds voor Letteren enkele jaren terug een merkwaardige beslissing. Opeens kregen ik en veel vrouwelijke collega’s drastisch veel minder subsidies. Eerst dacht ik dat het aan mij lag, maar dan bleek het allemaal om vrouwen te gaan. Als we dan keken hoe de commissie samengesteld was, bleek er enkel mannen in te zitten. Dat kan niet echt toeval zijn. Daarbij zeg ik niet dat het de schuld is van die specifieke mannen. Het gaat meer over een soort code waarin je zit en een bepaalde manier van doen en gebruiken.

Hoe kan men daar verandering in brengen? Moet de overheid zoals men bij jobs doet een quotum invoeren of is dat absurd?

 SDC: Dat kan je niet doen. Het ligt ook vaak aan vrouwen zelf, vind ik. Onlangs had ik een interview samen met een vrouwelijke collega en ik had het over de verschillende perceptie van vrouwelijke en mannelijke auteurs de afgelopen eeuwen. Tijdens het interview bekeek ze mij met zo’n blik van ‘waar zijt gij nu over bezig?’. Je voelt bij vrouwen wel zo’n angst van ‘ja, maar ik ben niet tegen mannen’. Ik ben totaal niet tegen mannen, ik heb zelf geen man thuis dus ik heb hen elders nodig! De mannen en vrouwen waar ik van houd hebben een heel spectrum aan mannelijke en vrouwelijke kanten en durven het daarover hebben. Dat is sowieso interessant. Bij vrouwen is er soms een soort van angst te kritisch te zijn. Ik voel dat wel bij sommige vrouwen en dat stelt mij wel teleur. Dan krijg je zo’n kuddedier dat bang is om tegen iets of iemand tegenin te gaan. Terwijl je dat als schrijver vooral niet moet zijn.

Dat zie je inderdaad, dat het vaak de mannelijke schrijvers zijn die durven te schoppen tegen schenen van anderen.

 SDC: Absoluut. Dat gaat meer over een ingesteldheid dan iets genderspecifiek. Je moet gewoon met een statement durven komen.

Ondertussen is Wij & Ik aan de elfde druk toe en is geselecteerd voor de BNG Literatuurprijs. Een prijs met een speciale voorwaarde dat je namelijk nog geen literaire gevestigde waarde mag zijn.

 SDC: Nu voel ik mij extra zielig eigenlijk. Het is ondertussen de derde keer dat ik geselecteerd ben. En al twee keer heb ik hem niet gekregen.

Toch vreemd dat je geselecteerd bent, want ondertussen ben je toch wel echt doorgebroken.

 SDC: Het is wel een raar criterium op zich, dat je nog niet doorgebroken mag zijn. Nu als ik mezelf vergelijk met Pascal Naessens ben ik dat eigenlijk nog niet.

We spreken natuurlijk wel van een literaire prijs en Naessens behoort niet tot die categorie. Is het dan zo dat de verkoop minder goed verloopt in Nederland dan hier in Vlaanderen?

 SDC: Dat is eigenlijk bij alle auteurs. Op dit moment is de verhouding bij mij zeventig procent in Vlaanderen en dertig in Nederland. Bij de uitgeverij zeggen ze altijd dat je daar hard moet voor werken en dat het lang duurt. Bijvoorbeeld Tom Lanoye is één van de enige die nu aan fifty fifty zit. Dus het is wel waar dat Vlaamse boeken minder verkopen in Nederland, maar dat komt door media en exposure. Ik denk dat in Nederlandse literaire kringen mijn werk wel gekend is.

Denk je dat de taal daar ook een invloed op heeft? Want je merkt toch dat er een verschil is tussen Vlaamse en Nederlandse auteurs.

 SDC: Ja, maar soms wordt de ‘gij’ en ‘ge’ van de Vlaamse auteurs wel als schattig en exotisch aangehaald. Dus weet ik niet of het argument van taal wel opgaat, want die is niet onverstaanbaar. Laatst las ik De Helleveeg van A.F.Th Van der Heijden en hij gebruikt af en toe woorden uit het Nederlands Brabants dialect, maar ik vind dat dat juist extra kleur geeft en dat houdt mij ook niet tegen om het te lezen.

Uitgeverijen geven net de raad om die er wel uit te halen, waardoor je misschien jouw eigen stijl moet verlaten.

 SDC: Dan moet je fuck off zeggen. Want het is natuurlijk jammer als je zo gaat denken. Iedere schrijver moet dat voor zichzelf bepalen, maar ik wil wel verstaanbaar zijn. Dat sommige zinnen of woorden niet door iedereen begrepen worden, vind ik niet erg maar ik ga geen dingen in het dialect schrijven omdat ik het niet kan. Ik beheers gewoon geen dialect. Dat is een keuze die je zelf maakt.

Wij en Ik is eigenlijk een stijlbreuk met eerder werk van jou. Daar waar je vorig werk eerder hermetisch was, schrijf je nu in een meer logisch en verstaanbare stijl. Was dat een bewuste keuze?

SDC: Zuiver hermetisch heb ik nooit geschreven hoor. Ik wist nu echt wel dat ik een familieroman wou schrijven. Ik heb heel veel zitten experimenteren en vind het wel plezant om te gaan zoeken naar iets wat nog niet honderd keer gebeurd is. Nu kwam ik tot de vaststelling dat ik mij verhaal rechtlijnig vertellen wou. Heel simpel. Heel chronologisch. Zo’n episch ding en dat was de uitkomst van mijn groot experiment.

Dus het is niet dat je op voorhand aan de lezer gedacht hebt? 

SDC: Nee, omdat ik nooit zo gewerkt hebt. Ook in mijn vorig werk niet. Je vertrekt vanuit wat erin je hoofd zit, wat je naar buiten zou willen brengen en tot een boek maken. Volgens mij kan je als schrijver ook niet denken wat er in de smaak zal vallen bij de lezer. Dan heb je binnen de drie jaar bloedarmoede en voel je je heel ongezond en slecht. Plus het is dan ook niet gegarandeerd dat het succes zal hebben.

Toch denk ik dat er schrijvers zijn die net wel op zoek gaan naar wat de lezer wilt alsof er een succesrecept bestaat. Zoals bijvoorbeeld een Pieter Aspe.

SDC: Het zou wel heel straf zijn moest Aspe razend experimenteel uit de hoek komen met een nieuw boek. Dat gaat inderdaad niet gebeuren. Je hebt zo’n aantal schrijvers, maar bij had het eerder met een fase in mijn leven te maken. Werk en leven is altijd op een of andere manier met elkaar vervlochten. Nu wou ik dat verhaal van een familie schrijven. Voor een deel voor mezelf en een soort boek dat ik op het moment dat ik het schreef zou willen lezen. Dat is mijn uitgangspunt als ik schrijf. Vandaar dat als ik ook andere schrijvers lees, hoe fantastisch ze ook zijn, ik altijd denk hoe ik het anders zou doen.

Met Wij en Ik heb jij ook een digitaal project. Iedere dag wordt op een andere plaats een bladzijde uit je boek gelezen. Van waaruit kom dat idee? Is het omdat sociale media ook steeds meer aan belang wint in de boekensector.

SDC: Dat is eigenlijk een soort van scheurkalender, elke dag een bladzijde minder tot er op een dag geen bladzijden meer zijn. Ik vind dat ook gewoon leuk, want zo’n 397 dagen is wel redelijk onmogelijk. Mijn lief zei dan ook dat ik het niet zou kunnen en dan wil ik natuurlijk bewijzen dat ik het wel kan. Het is wel tof maar het is niet mijn grootste digitale experiment. Nu ben ik bijvoorbeeld samen met de zangeres van Amatorski aan het experimenteren met een nieuwe vorm van verhalen maken en dat is veel bijzonderder. 397 is wel leuk maar het is ook niet meer dan dat. De 397 dagen aan elkaar plakken is voor mij wel het einddoel en daar ben ik ook benieuwd naar. Zo krijg je het boek in een andere vorm, een letterlijke verfilming.

 

 

Advertenties

5 Comments

Add yours →

  1. Mooi stuk, dank! Groet, Bastiaan Tuenter Ravenweg 180 7333 AD Apeldoorn tel. 055 785 0073 / mob. 06 1214 8920

    Vers van de digitale pers! Interview Arthur Japin Interview Matthijs Matser Interview Benjamin Burg

    Date: Tue, 24 Dec 2013 07:44:09 +0000 To: bastuenter@hotmail.com

  2. Verandering zou echt komen indien men de eerste vragen ook an alle mannelijke auteurs zou stellen, eens kijken wat ze daar op antwoorden… En vrouwelijke auteur wordt gediscrimineerd en wordt hierover nog eens uitgevraagd!

    • Ik heb deze vragen met enkel goede bedoelingen gesteld. Deze vragen stelde ik ook binnen de context van Festival van Gelijkheid waar Saskia De Coster deelnam aan een debat dat net over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen ging. In dit debat sprak ze zelf over de ongelijkheid binnen de boekenwereld.

  3. Eindelijk heb ik even de tijd genomen om dit interview te lezen. Ik heb het met plezier tot me genomen! Wat betreft de aandacht voor vrouwelijke auteurs: ik heb ook echt het idee dat er een verandering gaande is. Maar het is goed om een vinger aan de pols te houden.

    Dan nog even dit: dit jaar organiseer ik de Ik lees Nederlands!-uitdaging.

    http://www.ingeleest.nl/ik-lees-nederlands/

    Ik kan niet genoeg benadrukken dat de Vlaamse letteren ook tot de Nederlandse literatuur behoren! Er doen zowel Vlaamse als Nederlandse bloggers mee, dus dat bevordert hopelijk de interactie tussen beide lettren nog meer. (Ik moet tot mijn schaamte wel bekennen dat ik ‘Wij en ik’ nog altijd niet heb gelezen…)

    • Mooi dat je terug zo’n uitdaging organiseert. Ik twijfel nog of ik er aan mee zal doen. Gewoon ik lees eigenlijk zo ie zo al veel in het Nederlands. Dus is het beetje vreemd om eraan mee te doen. Ofja dat gevoel heb ik toch. Zo ie zo een pluim voor je omdat je de mensen stimuleer om in het Nederlands te lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: